De reis van gup naar Zoë Whistler

Het is maandag, 3 januari, kwart over 6 ’s ochtends. Liefs wekker gaat. Hij snoozet rustig verder, maar ik ben klaarwakker. Om half 7 moeten we namelijk het ziekenhuis bellen om te vragen of er plek is op de verlosafdeling voor het inleiden van de bevalling, waar we, mits er plek is, dan om 7 uur verwacht worden. Om 5 voor half 7 schop ik lief uit bed; hij moet bellen van mij, want ik kom hoogzwanger niet meer zo makkelijk mijn bed uit. Nog geen 2 minuten later komt hij weer boven. “Ik mag van de verpleegkundige blijven liggen want het duurt heus nog wel even, maar jij daarentegen moet nu naar het ziekenhuis want ze gaan vandaag kijken of gup zin heeft om te komen”, grapt hij. Slik… Ik aai over mijn buik. Zou dit de laatste dag zijn dat die daar zit?

Het ijzelt. Voetje voor voetje glibber ik naar de auto. Lief zet mijn kraamkoffertje en de maxicosi achterin en kruipt achter het stuur. Ik rijd immers al weken niet meer met mijn dikke buik. Om kwart over 7 wandelen bij het Rode Kruis ziekenhuis naar binnen. Het voelt niet gek, want de afgelopen 2 weken zijn we hier om de dag geweest voor ctg-scans en allerlei andere onderzoeken die ik en gup moesten ondergaan in verband met mijn hoge bloeddruk.

Op de derde verdieping aangekomen word ik weer aan de ctg gelegd en al snel horen we gups hartje regelmatig kloppen. De dienstdoende verloskundige constateert dat ik 1 cm ontsluiting heb en brengt tegelijkertijd de inleidingsgel bij me in. Het is nu kwart voor 8 ’s ochtends en het lange wachten is begonnen. Gelukkig heb ik de laptop bij me en wat filmpjes. Heel langzaam komen de weeën op gang en ik kijk Disney’s Up voor wat afleiding.

Vlak voor de lunch wordt 2 cm ontsluiting geconstateerd. “Nou, dat schiet ook niet echt op”, denk ik. De verloskundige spreekt me moed in en zegt dat ze, als het meezit, de volgende keer gaat proberen mijn vliezen te breken. Als dat lukt, ga ik vandaag niet meer naar huis. Ow… oké. Gek genoeg voelt het nog steeds niet of ik vandaag ga bevallen. Ik lees op mijn mobiel een mailtje van een vriendin die me vandaag mist online, eet mijn lunchbroodjes en zet nog maar een filmpje op; Monster Inc. Vlak voor het einde zet ik de film af; de weeën worden langzaam heftiger en ik moet me concentreren om ze weg te puffen.

Om kwart voor 5 ’s middags worden mijn vliezen gebroken. De weeën knallen erin. Na een tijdje puffen adviseert de verpleegkundige me onder de douche te gaan; daar kan ik beter ontspannen. Ik vind alles prima op dit moment. Onder de douche gaat alles nog sneller. Ik puf me het apelazerus en de weeën volgen zich steeds sneller op; een weeënstorm onder de douche. In mijn buik lijkt een alien te zitten, zo puilt hij uit tijdens een wee. Lief helpt waar hij kan; houdt de douche voor me vast en helpt me te herinneren door de ademen tijdens een wee. Wanneer ik het gevoel heb dat ik ga flauwvallen trek ik aan het koordje voor hulp. Verpleegkundige Mariëlle snelt binnen en ziet gelukkig meteen wat er aan de hand is. De weeën zijn zo heftig dat ik ze niet meer kan wegpuffen en ik ben aan het hyperventileren. Samen met haar vind ik weer het pufritme. Ze zegt me dat het wel tijd is voor wat pijnstilling en hoewel ik niet eens wist dat dat tot de mogelijkheden behoorde, knik ik hard ja. We keren terug in het weeënkamertje en vraag me af hoeveel ontsluiting ik zou hebben: 6, 7 cm misschien? De volgende wee voelt anders. Het voelt alsof ik moet persen. Mariëlle kijkt verbaasd naar mijn buik en zegt: “Oh jeetje, je bent al bijna zover”. Verloskundige Annet komt erbij en die beaamt het: 9,5 cm ontsluiting. “Die pijnstilling heeft geen zin meer, lieverd. We gaan beginnen!” Whuh?

Ik snap er helemaal niks meer van en word zelfs boos dat de pijnstilling me wordt ontzegd, maar word met bed en al naar een andere kamer gereden. Voor mijn gevoel aan de andere kant van het ziekenhuis, maar in werkelijkheid is het precies de kamer ernaast. Tussen twee weeën verplaats ik naar het andere bed. “Bij de volgende wee gaan we voorzichtig meepersen. Dan pak je je benen vast en krul je op als een schilpadje,” vertelt Mariëlle. “Ja doeiii!” denk ik bij mezelf, maar Mariëlle en Annet pakken mijn benen en duwen me in de juiste houding terwijl lief mijn hoofd ondersteunt. Deze wee snap ik nog even niet goed hoe ik moet persen; de omschakeling van twee uur lang puffen naar persen resulteert in een gecombineerde pufpersactiviteit. “Dat is niet helemaal de bedoeling.” Mariëlle, mijn rots in de branding, legt me uit wat ik niet goed doe en de volgende wee snap ik het principe. Ik merk dat persen fijner voelt dan puffen, dus dit gaat me goed af. Ik kom ook weer wat meer bij mijn positieven en besef me ineens dat ons meisje niet lang meer op zich laat wachten. En ja hoor, 3 persweeën later komt onze prachtige dochter Zoë Whistler van Gelder ter wereld.

Vandaag, precies 4 weken later, voelt 3 januari 2011 als een vage droom. Achteraf denk ik dat ik absoluut niet mag klagen over mijn bevalling. Tuurlijk was het geen pretje, zeker niet tijdens de laatste ontsluitingsweeën, maar ik weet nu ook dat ik het kan. En Zoë is een heerlijk zoet kindje, met de ogen, oren en haren van haar vader, en de wimpers, neusje en wangen van haar moeder. De perfecte mix, met als oorsprong Whistler, Canada. Zoiets moois, verwekt tijdens de mooiste huwelijksreis die ik me kon wensen, doet alles snel vergeten.

3 gedachten over “De reis van gup naar Zoë Whistler

  • Wauw. Van harte gefeliciteerd nog met jullie dochter. Mooie naam zeg 🙂

    En wat stoer dat je je bevallingsverhaal hier met de wereld deelt. Dat heb je maar even mooi geflikt 😉

    Geniet lekker van je kleine meisje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *